logo
 

Soorten en maten


Net zoals de ene huisarts de andere niet is, of het ene verpleeghuis duidelijk anders is dan het andere verpleeghuis, zo is ook het ene hospice het andere niet. Er zijn niet alleen uiterlijke verschillen, maar ook organisatorische. Eveneens is de zorg die er verleend wordt, en de mensen die er werken, verschillend. Alsof doodgaan al niet ingewikkeld genoeg is…

Laat ik beginnen bij het uiterlijke verschil, dan komt de rest van de verschillen er vanzelf achteraan.

De ene hospicevoorziening is een gewoon huis in een gewone straat in een gewone wijk, de andere is een aparte afdeling voor palliatieve zorg in een verpleeg- of verzorgingshuis. Dat verpleeg- of verzorgingshuis kan dan ook wel weer in een gewone straat in een gewone wijk liggen, maar u begrijpt: het is toch anders.

Van die gewone huizen in gewone straten zijn twee soorten. Ze worden ‘bijna-thuis-huizen’ en ‘high care hospices’ genoemd.

De meeste hospices zijn bijna-thuis-huizen. Deze huizen draaien op vrijwilligers. De medische en verpleegkundige zorg die de tijdelijke bewoners krijgen, komt van hun eigen huisarts en van de verpleegkundigen van een reguliere thuiszorgorganisatie.

In high care hospices werkt het iets anders. Ook daar werken vrijwilligers, maar zij hebben een eigen arts en eigen verpleegkundigen in dienst.

De afdelingen palliatieve zorg in of bij verpleeg- of verzorgingshuizen kennen onderling ook weer verschillen. Bij de één werken wel vrijwilligers, bij de andere niet. De één is een gecombineerde afdeling (er verblijven bijvoorbeeld ook revalidatiepatiënten), de andere niet. De één is een aparte vleugel in het verpleeg- of verzorgingshuis, de ander ligt op een letterlijke steenworp afstand van het hoofdgebouw.

Door al die verschillen is ‘het hospicewereldje’ een behoorlijk ingewikkeld wereldje. Je zou bijna zeggen: ik zou er niet dood willen liggen.


Reacties

Er zijn geen reacties op dit bericht

> Geef uw reactie