logo
 

Feestje...

Het is rustig in het hospice, één gast ligt er nu. Het is mevrouw D., in de tachtig, die eind december - op vakantie in Egypte - met vage buikklachten naar de dokter ging.

Na uitgebreid onderzoek terug in Nederland bleek het eierstokkanker te zijn, met uitzaaiingen in de buikholte, vergevorderd dus. Mevrouw D. wilde geen behandeltraject ingaan en daardoor kreeg ze meteen een terminale indicatie, een levensverwachting van uiterlijk drie maanden. Samen met haar familie besloot ze, direct naar het hospice te komen.

Dit was alles wat ik wist, toen ik de eerste keer naar mevrouw D. toe ging. Ze had net de eerste nacht in het Hospice doorgebracht en ik klopte aan haar deur. “Joehoe”, klonk het vrolijk. “Kom binnen.” Vanuit het bed keek een sierlijke, vitale dame me aan, met mooi verzorgd haar en een mooi bruine teint. We stelden ons aan elkaar voor en als een waterval kwam haar beknopte levensverhaal naar boven. Een eigen yogastudio had ze gehad, altijd gereisd, gesport, geschreven, geschilderd en vrienden in de hele wereld. Een goed leven, maar nu was het kennelijk haar tijd. Nee, bang was ze helemaal niet, al twee keer had mevrouw D. een bijna-dood-ervaring gehad. De eerste keer in de oorlog toen ze een granaat op haar af zag komen en nog snel opzij kon springen. De tweede keer bij de bevalling van haar zoon. “Ik weet dat het mooi zal zijn aan de andere kant, ik ben absoluut niet bang voor. Meer nieuwsgierig.”

Samen met haar familie en vele vrienden is mevrouw D. bezig bewust afscheid te nemen. Soms is het feest op haar kamer, soms in de woonkamer. Er hangt een energieke, positieve sfeer om mevrouw D., je komt er graag. Mevrouw D. wordt dagelijks zwakker en heeft misschien meer pijn dan ze toegeeft. Toch is haar humor echt: doordat ze meestal in bed ligt noemt ze haar dekbedovertrek haar galajurk - en die moet er dan natuurlijk spic en span uit zien. Met een van de verzorgsters heeft mevrouw D. een bijzonder goede band opgebouwd. Op een ochtend kwam ik met deze verzorgster haar kamer binnen. “Wat wil je vandaag?” was de vraag. Het knipogend antwoord van mevrouw D. volgde: “Laat ons vandaag maar een vluggertje doen.” Enigszins verbaasd keek ik van de een naar de ander, waarop ik in hun ‘code’ ingelicht werd: een vluggertje betekent op bed worden gewassen en niet douchen. Alleen al door deze uitdrukkingen zal mevrouw D. in mijn geheugen verder leven.

Het afscheid vieren past bij het leven van mevrouw D. De lichamelijke aftakeling is nu wel zichtbaar, mevrouw D. heeft het vaker benauwd en de vitaliteit is weg. Het einde van een bijzonder mens komt dichter bij. Van alle kanten moet het loslaten nu beginnen.

Zelf moet ik aan het gevoel denken wanneer je vroeger weg moet van een gezellig feestje. “Blijf toch nog, wat moet je nu elders” zeggen anderen tegen jou en dat voel je misschien zelf ook. Maar toch, de andere afspraak staat en je komt er niet onderuit. Je wordt uitgezwaaid, je gaat niet graag, zwaait een laatste keer terug. Het feest gaat door - het zal wel anders zijn zonder jou.

Iemand moeten loslaten doet pijn. Bewust afscheid nemen, helpt om iemand op een andere manier voor altijd vast te kunnen houden.

Tot blogs!

Renate