logo
 

Het kopje

Er zijn inmiddels ruim drie maanden verstreken sinds de opening van het hospice en mijn ervaring groeit met elke dienst.

Maar de onzekerheid is groot, niet alleen bij mij, ook bij collega’s, onze gasten en hun families. Een van onze gasten maakte deel uit van een groot gezin, mevrouw had twaalf broers en zussen, daarnaast ook drie kinderen met partners. Mevrouw was door een dwarslaesie en het vergevorderd stadium van haar kanker al langer niet meer mobiel. Mevrouw was echt in de laatste levensfase, ze reageerde op niemand meer en lag moeilijk ademend op bed. Het was een druk komen en gaan en als goede gastgevers verzorgden wij vrijwilligers natuurlijk ook de familie met van alles.

 

Op een gegeven moment waren er lege kopjes in de kamer die terug moesten naar de keuken. Ik pakte het volle dienblad, liep uit de kamer en - pang - liet een kopje op de grond vallen. Veel lawaai maar niets kapot. Ik stapte meteen terug in de kamer en excuseerde me, ook direct bij de stervende mevrouw. Haar zoon zei: “Ze hoort toch niets meer, dus wat maakt het uit.” Ik wendde me naar hem, met de woorden: “Ik denk dat u zich daarin vergist, uw moeder kan nog heel goed horen wat hier in de kamer gezegd wordt. Dus als u haar nog iets zeggen wilt kunt u dat zeker doen”. Hoe ik dat wist, wilde de familie weten. Ik legde uit dat wetenschappelijk onderzoek dit de laatste jaren heeft kunnen aantonen. Ze keken me een beetje verward aan. Of ik dan ook wist, hoe lang 'het' nog ging duren, werd ik gevraagd. Ik keek naar de stervende mevrouw en antwoordde: “Alleen uw moeder weet hoe lang het nog duurt. Ik kan me voorstellen dat voor haar het loslaten heel lastig is, ze weet niet wat haar te wachten staat maar ze realiseert zich ook dat ze zo niet verder kan leven. Het lijkt me een verschrikkelijk dilemma. Ik denk dat ze nu een beetje op en weer getrokken wordt en dat het voor haar moeilijk is, die laatste stap te nemen”. Het bleef stil in de kamer en iedereen keek naar mevrouw. Met mijn dienblad ging ik uit de kamer.

Achteraf dacht ik, heb ik dat nou goed gedaan, heb ik de familie met mijn uitingen niet in de war gebracht? Ik wist het niet zo goed. In de voorbereidingscursus voor het werken in een hospice had ik immers geleerd dat wij als vrijwilligers nooit onze mening mogen opdringen...

Mevrouw heeft de volgende nacht kunnen loslaten. Via de coördinator hoorde ik de dag daarop dat de familie ontzettend blij was met de zorg en de begeleiding door de vrijwilligers, met name in de allerlaatste fase. Nog nooit eerder heb ik iets positiefs uit een vallend kopje kunnen halen - nu wel. Het kopje heeft een natuurlijke opening geboden voor een kort - en misschien verlichtend - gesprek dat anders niet had plaatsgevonden. 

Ook simpele kopjes kunnen dus een hoger doel hebben!

Tot blogs!

Renate